Genderidentiteit op de basisschool: wat de Lentekriebels-lessen er echt over zeggen
Welke lessen van ‘Kriebels in je buik’ over gender gaan, welke begrippen Rutgers gebruikt, wat kerndoel 38 wel en niet vraagt en wat de Cass Review zegt over jonge kinderen.

Krijgt mijn kind op de basisschool les over genderidentiteit? Die vraag stond centraal in de ophef rond de Week van de Lentekriebels en keert elk voorjaar terug. Het antwoord is preciezer dan ‘ja’ of ‘nee’. Dit artikel zet op een rij in welke lessen van ‘Kriebels in je buik’ gender aan bod komt, welke begrippen Rutgers gebruikt, hoe dat sinds ongeveer 2015 is veranderd, wat kerndoel 38 wel en niet voorschrijft, en wat de Britse Cass Review (2024) zegt over het bespreken van genderidentiteit met jonge kinderen.
In welke lessen gender voorkomt, per groep
We baseren ons op de ouderbrochure van Rutgers (februari 2024) en op de openbare lesbeschrijvingen; een volledig overzicht van alle lessen staat in ons cornerstone over de lesinhoud per groep. Gender komt in het pakket op drie manieren voor: als sekseverschil (jongens en meisjes), als rolpatroon (wat ‘typisch’ jongens- of meisjesgedrag is) en, in de bovenbouw, als genderidentiteit (transgender, non-binair).
- Groep 2, ‘Meisjes en jongens’: kinderen onderzoeken ‘hoe jongens en meiden eruit (kunnen) zien, wat ze leuk vinden en waar ze graag mee spelen’, leren ‘dat vrouwen een kind kunnen krijgen en mannen niet’ en denken na of er ‘wel zoiets is als typische meisjesdingen en jongensdingen’.
- Groep 3, ‘Meisjes en jongens?’ en ‘Mijn thuis’: kinderen leren ‘over stereotypes en dat jongens en meisjes gelijk zijn’. In ‘Mijn thuis’ luidt een lesdoel dat zij weten ‘dat mensen verliefd kunnen worden op iemand van de eigen gender’. Het woord gender staat hier voor het eerst in een lesdoel; de begrippenlijst noemt homo, lesbisch en bi, geen transgender.
- Groep 5-6: lessen over zelfbeeld, media-idealen en ‘dat iemand ook verliefd kan worden op iemand van hetzelfde geslacht’. Genderidentiteit staat in deze groepen niet als lesdoel in de brochure van 2024.
- Groep 7, ‘Meiden in de puberteit’ en ‘Vrouwen en mannen’: de puberteitsles bevat voor de leerkracht de tip dat de les ‘moeilijk en confronterend kan zijn voor kinderen die transgendergevoelens hebben’, omdat hun lichaam zich ontwikkelt ‘in een richting die ongemakkelijk voor hen kan voelen’. ‘Vrouwen en mannen’ gaat over taak- en rolverdeling en gelijke rechten.
- Groep 8, ‘Geslachtsdelen’ en ‘Verliefdheid en seksuele oriëntatie’: kinderen moeten ‘uitleggen wat transgender, non-binair en intersekse is’ en begrippen als pan en queer kunnen toelichten.
Daarnaast beschrijft Rutgers in het ontwikkelingsdeel van de brochure, bedoeld voor ouders en niet als lesstof, dat het bij zes- tot negenjarigen ‘heel af en toe’ voorkomt ‘dat een kind zich anders voelt dan het geslacht die het bij de geboorte heeft toegewezen gekregen’ en dat deze gevoelens ‘bij sommige kinderen ook weer [kunnen] verdwijnen’. Over kleuters schrijft Rutgers dat zij in rollenspel ‘gedrag uitproberen dat past bij hun gender’.
De begrippen die Rutgers gebruikt
Hoe Rutgers gender definieert, staat het duidelijkst op de themapagina van de Week van de Lentekriebels 2021, die als jaarthema ‘seksuele en genderdiversiteit’ had. Daar onderscheidt Rutgers seksuele oriëntatie, genderidentiteit, genderexpressie en geslachtskenmerken, en vat het samen als: ‘Sekse is hoe je geboren bent en gender is hoe je je voelt.’ Transgender wordt omschreven als: ‘Als er een belangrijk verschil tussen sekse en gender is dat niet tijdelijk is, dan noemen we dat transgender.’ In een artikel over diezelfde themaweek, van 17 maart 2021, schreef patiëntenorganisatie Transvisie dat scholen aandacht moeten geven aan het idee dat ‘of je je jongen of meisje voelt niet zwart-wit’ is, en dat Rutgers ‘informatie over intersekse en transgender toegevoegd’ had aan de lessen.
Voor leerkrachten verwijst Rutgers naar de ‘Handreiking sekse, gender en seksuele diversiteit’. In de algemene introductie bij het pakket vraagt Rutgers leerkrachten na te denken over hun eigen opvattingen over ‘man/vrouw-rolpatronen, gender- en seksuele diversiteit’, waarschuwt het dat ‘veel scholen zich niet bewust [zijn] van een heteronormatieve onderwijsstijl’ en stelt het dat ‘seksuele en genderdiversiteit niet slechts als een apart onderwerp’ behandeld moeten worden. Het pakket wil dus niet alleen informatie geven, maar ook de norm in de klas verbreden.
Hoe dit sinds ongeveer 2015 is gegroeid
De aanleiding ligt in 2012. Toen werden ‘seksualiteit en seksuele diversiteit’ aan kerndoel 38 toegevoegd (Stb. 2012, 470). In de toelichting van de wetgever stond dat aandacht hiervoor van belang is voor ‘tolerantie en respect voor homoseksualiteit, biseksualiteit en genderidentiteit’. SLO werkte dat in 2015 uit in de publicatie ‘Seksualiteit en seksuele diversiteit in de kerndoelen’. Daarin rekent SLO ‘genderidentiteit (transgender)’ expliciet tot de ‘centrale begrippen’ van seksuele diversiteit en schrijft het dat leerlingen moeten ‘kennismaken met verschillende identiteiten, waaronder verschillende genderidentiteiten, zodat de heteronorm gerelativeerd wordt’. Voor de onderbouw van de basisschool noteert SLO dat kleuters ‘zich bewust [zijn] van hun sekse-identiteit’ en leren wat het verwachte rolpatroon is, ‘maar afwijkingen worden niet veroordeeld’; genderidentiteit als kennisdoel plaatst SLO pas in de bovenbouw.
Rutgers bouwde ‘Kriebels in je buik’ in die jaren om van het oudere ‘Relaties & Seksualiteit’ tot een digitale methode en kwam in 2021 met het jaarthema seksuele en genderdiversiteit, waarbij intersekse en transgender in de lessen werden opgenomen. In maart 2023 werd gender het brandpunt van de ophef: Kamerlid Baudet sprak over ‘promotie van transgenders’ en stelde dat kinderen werden ‘aangespoord om na te denken over geslachtsverandering’. Minister Wiersma antwoordde dat zulke promotie ‘geen onderdeel [is] van de lespakketten die Rutgers aanbeveelt’, maar dat kinderen ‘wel vragen [kunnen] hebben over genderdiversiteit, transgender personen en/of ervaringen’ en dat het gesprek daarover op school gevoerd moet kunnen worden. Onderzoeksplatform Pointer vond geen bewijs dat kinderen in de lessen tot nadenken over geslachtsverandering werden aangezet. In april 2025 verbood de rechtbank Midden-Nederland de stichting Civitas Christiana haar ‘Zwartboek Lentekriebels’ te verspreiden, omdat zij lesmateriaal verdraaid en uit de context had gehaald. Wat in 2023 wel en niet klopte, staat in ons artikel over de ophef van 2023.
Kerndoel 38: seksuele diversiteit, niet genderidentiteit
De wettekst is kort. Kerndoel 38 luidt dat leerlingen ‘hoofdzaken [leren] over geestelijke stromingen die in de Nederlandse multiculturele samenleving een belangrijke rol spelen, en ze leren respectvol om te gaan met seksualiteit en met diversiteit binnen de samenleving, waaronder seksuele diversiteit’. Het woord genderidentiteit staat er niet in; het komt alleen voor in de toelichting en in de uitwerking van SLO. Dat verschil is relevant. De overheid verplicht scholen tot respect voor seksuele diversiteit en tot aandacht voor seksualiteit; zij verplicht niet tot lessen waarin kinderen leren dat je je anders kunt voelen dan je lichaam. Een school die het begrip genderidentiteit buiten de onderbouw houdt, voldoet dus gewoon aan het kerndoel.
Dat verandert ten dele met de nieuwe kerndoelen burgerschap, die SLO in 2025 definitief opleverde en die volgens de staatssecretaris op 1 augustus 2027 in werking moeten treden. Het doel over diversiteit (20B voor het primair onderwijs) noemt ‘godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, afkomst, geslacht, handicap en seksuele gerichtheid’, de gronden uit de burgerschapsopdracht en artikel 1 van de Grondwet. SLO merkt daarbij op dat ‘geslacht’ in de wet ‘een brede interpretatie’ kent, waaronder ‘geslachtskenmerken, genderidentiteit en genderexpressie’, en dat op aanwijzing van het ministerie de wettelijke termen zijn gebruikt. Ook straks staat genderidentiteit dus niet letterlijk in het kerndoel, maar wel in de uitleg erbij.
Wat de Cass Review zegt over jonge kinderen en genderidentiteit
De Cass Review is het onafhankelijke onderzoek van kinderarts Hilary Cass naar de Britse genderzorg voor minderjarigen; het eindrapport verscheen in april 2024. Het gaat over zorg, niet over lesmateriaal, maar het raakt direct aan de vraag hoe volwassenen met jonge kinderen over ‘jongen of meisje voelen’ praten. Over sociale transitie, het leven in een andere genderrol via naam, kleding of voornaamwoorden, schrijft Cass dat er ‘verschillende opvattingen zijn over de voordelen versus de schade van vroege sociale transitie’: sommigen verwachten betere mentale gezondheid, anderen vrezen dat een kind ‘dat bij de puberteit mogelijk was gestopt, eerder een veranderd traject volgt dat uitmondt in medische interventie’ (par. 12.3). In een zorgcontext moet sociale transitie volgens Cass worden gezien als ‘een actieve interventie, omdat zij aanzienlijke effecten kan hebben op het psychisch functioneren en de uitkomsten op lange termijn’ (par. 12.5); het tussenrapport van 2022 noemde het al ‘not a neutral act’.
Cass haalt onderzoek van het Amsterdamse genderteam aan (Steensma e.a., 2013) waaruit bleek dat van de kinderen die later geen genderdysforie meer hadden, vrijwel niemand volledig sociaal was getransitioneerd, met de kanttekening dat de intensiteit van de dysforie de doorslag kan hebben gegeven (par. 12.26-12.27). Aanbeveling 4 luidt dat gezinnen die een sociale transitie van een prepuberaal kind overwegen ‘zo vroeg mogelijk’ door een ervaren klinisch professional moeten worden gezien. Over school schrijft Cass dat ‘het belang van wat er op school gebeurt niet onderschat kan worden’ en dat schoolrichtlijnen de principes en het bewijs uit het rapport zouden moeten kunnen gebruiken (par. 12.6). Wat dat voor Nederlandse scholen betekent, van naamswijziging tot kleedkamers, legt zustersite watissocialetransitie.nl uit; voor schoolbeleid rond gender in bredere zin verwijzen we naar genderopschool.nl.
De Cass Review zegt dus niet dat scholen niet over transgender personen mogen praten. Zij zegt dat het bevestigen van een nieuwe genderidentiteit bij een jong kind geen neutrale stap is, dat het bewijs over de gevolgen zwak is en dat ouders en professionals daar vroeg bij betrokken horen te zijn. Voor een lespakket betekent dat een onderscheid: uitleggen dat transgender mensen bestaan (groep 8) is iets anders dan jonge kinderen aanmoedigen hun eigen gender te bevragen. Rutgers stelt dat het dat laatste niet doet; de lesdoelen in de brochure bevestigen dat beeld voor groep 1 tot en met 6.
De argumenten van Rutgers
Rutgers voert drie argumenten aan. Ten eerste de leefwereld: kinderen hebben volgens Rutgers zelf vragen over transgender personen, iets wat het ook van onderwijsprofessionals en de Kindertelefoon hoort, en krijgen anders onjuiste informatie online. Ten tweede veiligheid: Rutgers wijst in de ouderbrochure op SCP-cijfers dat zelfmoordpogingen onder lesbische, homo- en biseksuele jongeren ‘4,5 keer vaker’ voorkomen dan onder heteroseksuele leeftijdgenoten, en wil dat ‘ieder kind gerespecteerd wordt en zichzelf kan zijn’. Ten derde het kerndoel: scholen moeten iets met seksuele diversiteit, en Rutgers rekent daar, in lijn met SLO, genderdiversiteit toe. Rutgers zet zich daarnaast als organisatie in voor ‘seksuele en reproductieve gezondheid en rechten voor iedereen, dus ook voor transgender personen’, zoals het schrijft in een memo over de transgenderwet (2024). Ouders mogen dat weten: het pakket komt van een organisatie met een uitgesproken emancipatoire opdracht, niet van een neutrale overheidsdienst.
De kritiek van ouders en deskundigen
De kritiek valt in twee soorten uiteen, en die verdienen een verschillende behandeling. De eerste soort bleek in 2023 grotendeels onjuist: dat kleuters zouden leren dat zij hun geslacht kunnen kiezen, of dat Rutgers ‘geslachtsverminking aan kleuters’ zou opdringen. Pointer, de minister en uiteindelijk de rechter stelden vast dat die claims niet op het lesmateriaal waren gebaseerd.
De tweede soort kritiek is inhoudelijk en komt ook van deskundigen. Orthopedagoog Hans Koppies schreef in maart 2023 dat kinderen op de basisschool ‘op deze manier helemaal niet’ met genderidentiteit bezig zijn en dat het introduceren van thema’s waar kinderen niet mee bezig zijn verwarring kan geven; hij noemde het advies om ‘beste allemaal’ te zeggen in plaats van ‘jongens en meiden’ ideologisch gedreven. Pedagoog Tessa Kaufman (Universiteit Utrecht) zei in 2022 tegen EenVandaag, over een lespakket van het COC voor groep 3 tot 6, dat diversiteit normaliseren goed is, maar dat kinderen vragen naar hun eigen oriëntatie of identiteit op die leeftijd ‘te sturend en schadelijk’ is. Thomas Steensma van het Amsterdamse genderteam waarschuwde in het Reformatorisch Dagblad dat meer onderzoek nodig is naar de snelle toename van aanmeldingen. Ouders die in 2023 de Onderwijsinspectie belden, uitten volgens de minister zorgen die ‘in grote lijnen overeen[kwamen]’ met wat in de media rondging, en werden terugverwezen naar de school.
Daar komt een principieel punt bij dat ook zonder Cass Review geldt: de definitie ‘sekse is hoe je geboren bent en gender is hoe je je voelt’ is geen wetenschappelijk feit maar een opvatting waarover deskundigen van mening verschillen. Een lespakket dat die definitie als vanzelfsprekend presenteert, maakt een keuze die niet uit het kerndoel volgt. Wat onderzoek wel en niet laat zien over de effecten van seksuele vorming bespreken we in ons artikel over onderzoek naar seksuele vorming.
Weging
Wie de lesdoelen leest, ziet dat genderidentiteit in ‘Kriebels in je buik’ beperkter aanwezig is dan de ophef suggereerde: als rolpatroon in de onder- en middenbouw, als zorgvuldigheidsnotitie bij de puberteitsles in groep 7 en als expliciete begrippen in groep 8. Tegelijk is het meer dan Rutgers’ critici soms toegeven te verwachten: het pakket gebruikt een duidelijke definitie van gender, wil de heteronorm in de klas relativeren en is sinds 2021 bewust uitgebreid met transgender en intersekse. Het kerndoel verplicht daar niet toe; dat is een keuze van Rutgers die een school kan overnemen, aanpassen of weglaten. De Cass Review geeft ouders en scholen een goed argument om bij jonge kinderen terughoudend te zijn met het bevestigen van een genderidentiteit, en een even goed argument om een kind dat zich anders voelt serieus en zorgvuldig te begeleiden. Voor ouders is de praktische vraag dezelfde als bij de rest van het pakket: vraag de school welke lessen zij geeft en lees de lesdoelen zelf. Meer artikelen over de lessen staan in de rubriek Lesinhoud per groep.
Bronnen
- Rutgers (2024). Informatie over het lespakket Kriebels in je Buik – Voor ouders; en Kriebels in je buik – Algemene introductie; lesbeschrijving ‘Mijn thuis’ (groep 3) en ‘Meiden in de puberteit’ (groep 7). seksuelevorming.nl / kriebelsinjebuik.nl
- Rutgers (2021). Thema Week van de Lentekriebels 2021: seksuele en genderdiversiteit. seksuelevorming.nl
- Transvisie (17 maart 2021). De week van de lentekriebels: aandacht op scholen voor seksuele en genderidentiteit. transvisie.nl
- SLO (2015). Seksualiteit en seksuele diversiteit in de kerndoelen. Enschede: SLO; Stb. 2012, 470.
- SLO (2025). Definitieve conceptkerndoelen burgerschap, met toelichting op doel 20B/19B; Staatssecretaris van OCW (1 september 2025), Kamerbrief actualisatie kerndoelen, Kamerstukken II 31293/31289, nr. 833.
- Cass, H. (2024). Independent review of gender identity services for children and young people: Final report, hoofdstuk 12 en aanbeveling 4; Interim report (2022).
- Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs (6 juni 2023). Antwoord op vragen van het lid Baudet over de Week van de Lentekriebels, 2023Z05473. rijksoverheid.nl
- Pointer/KRO-NCRV (2023). Hoe misinformatie de online haatmachine tegen de Week van de Lentekriebels op gang trok; Rechtbank Midden-Nederland (17 april 2025), ECLI:NL:RBMNE:2025:1778; Pedagoogle (27 maart 2023), Hans Koppies; EenVandaag (10 april 2022).
Redactie Lente-kriebels.nl
Onafhankelijke redactie die ouders rustig en met bronnen informeert over de Week van de Lentekriebels en seksuele vorming op de basisschool. Informatief, geen juridisch of pedagogisch advies. Laatst bijgewerkt op 9 september 2026.
Veelgestelde vragen
Korte antwoorden op de vragen die het vaakst terugkomen.

